ECLI:NL:RBGEL:2018:1776
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte persoonsgebonden budget voor elektrische rolstoel met aanpassingen
Eiser, rolstoelafhankelijk door een spierziekte, kreeg van verweerder een pgb toegekend van €7.054,50 voor de aanschaf van een elektrische rolstoel met aanpassingen en €442,- per jaar voor onderhoud. Dit bedrag is gebaseerd op de kostprijs van de rolstoel bij de gecontracteerde leverancier [leverancier], waarbij meerkosten voor aanpassingen voor rekening van de leverancier komen.
Eiser had eerder een ongeluk met een rolstoel van de rechtsvoorganger van [leverancier], waarbij hij blijvend letsel opliep. Hierdoor wenst hij nu een rolstoel van een andere leverancier (Meyra) aan te schaffen, waarvoor de kosten aanzienlijk hoger liggen. Eiser stelt dat het toegekende pgb ontoereikend is om bij deze andere leverancier de benodigde rolstoel te kopen.
De rechtbank stelt vast dat de Wmo 2015 en de toepasselijke verordening bepalen dat het pgb wordt vastgesteld op de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening in natura. De keuzevrijheid van het pgb betekent niet dat het bedrag toereikend moet zijn om bij elke gewenste leverancier te kopen ongeacht de prijs.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het gebrek aan vertrouwen van eiser in [leverancier], is dit onvoldoende reden om een hoger pgb toe te kennen. Er is geen bewijs dat de rolstoelen van [leverancier] kwalitatief onvoldoende zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; het toegekende pgb is toereikend en een hoger bedrag wordt niet toegekend.