ECLI:NL:RBGEL:2018:133
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens schijnbeheer
Eiser diende een aanvraag in voor verlenging van een exploitatievergunning voor zijn coffeeshop, welke door de burgemeester werd geweigerd op grond van schijnbeheer. De burgemeester baseerde zich op een bestuurlijke rapportage en een proces-verbaal met samenvattingen van telefoontaps en getuigenverklaringen waaruit bleek dat een ander dan eiser feitelijk leiding gaf aan de coffeeshop.
Eiser voerde aan dat de rapportage en het proces-verbaal onvolledig en onjuist waren, en dat de tapverslagen slechts werkzaamheden van een inkoper betroffen, niet van een leidinggevende. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester terecht mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal en dat de verklaringen van eiser en getuigen onvoldoende waren om dit te weerleggen.
De rechtbank stelde vast dat eiser beperkte kennis had van de bedrijfsvoering en dat de feitelijke leiding deels door een ander werd uitgeoefend, wat niet strookt met de aanvraag. Ook het enkele ontslag van deze persoon was onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel faalden omdat de situatie niet vergelijkbaar was met andere gevallen en de sluiting proportioneel was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van de vergunning en de sluiting van de coffeeshop.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de exploitatievergunning en de sluiting van de coffeeshop.