Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
Y.M.J.I. Baauw en J.M.C. Schuurman-Kleijberg, in tegenwoordigheid van
de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.J.C. van Leeuwen, rechter in een zaak waarin op 8 november 2017 een eindbeschikking was gegeven. Deze beschikking betrof een rechterlijke machtiging tot voortgezet verblijf bij Pro Persona te Nijmegen.
De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek in beginsel ter zitting wordt behandeld, maar dat het verzoek zonder zitting kan worden afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid als het na de einduitspraak in de hoofdzaak wordt ingediend. Dit is in lijn met de Hoge Raad jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2010:BN2366).
Omdat de einduitspraak reeds op 8 november 2017 was gedaan en het wrakingsverzoek pas op 21 februari 2018 werd ontvangen, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er vond geen mondelinge behandeling plaats. De beschikking werd op 28 februari 2018 openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak was ingediend.