Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.De beslissing
Spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Gelderland
Een 30-jarige militair werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een persoon die zich in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht bevond. De militaire kamer achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en stelde vast dat verdachte seksuele handelingen had verricht.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist dat het slachtoffer sliep en in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, en eiste een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte verklaarde dat het slachtoffer wakker werd, toestemming gaf en dat de handelingen in een gemoedelijke sfeer plaatsvonden.
De militaire kamer concludeerde dat hoewel verdachte seksuele handelingen had verricht, onvoldoende bewijs bestond dat het slachtoffer bewusteloos of verminderd bewust was. Het slachtoffer toonde weerstand en was niet in een toestand die wettelijk als verminderd bewustzijn kwalificeert. Daarom sprak de kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde.