Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Inleiding
2.Overwegingen
3.Beslissing
2 - het verzetschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Gelderland
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar geen Wajong-uitkering toe te kennen. Na intrekking van het bestreden besluit door het UWV, waarbij werd vastgesteld dat verzoekster recht heeft op de uitkering, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de proceskosten voor rechtsbijstand en reiskosten voor de zitting toewijsbaar zijn, maar niet de reiskosten voor bezoeken aan verzekeringsartsen. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €1.008,48.
Verder stelde de rechtbank vast dat de totale procedure van bezwaar en beroep ruim twee jaar en drie maanden duurde, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn volledig aan het UWV kan worden toegerekend. Daarom werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens immateriële schade door de overschrijding.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten en de schadevergoeding. Verzoekster kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV claimen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.008,48 aan proceskosten en €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.