Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 januari 2017;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 31 januari 2017;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 6 februari 2017.
Rechtbank Gelderland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij de zaak over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun minderjarige zoon. Zij stelden dat de rechter partijdig zou zijn vanwege overleg met de Gecertificeerde Instelling (GI), het vervroegen van een zitting zonder hun instemming, en het niet toestaan van het indienen van een contra-expertise rapport.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die objectief aantonen dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. De vermeende brief van de GI waarin overleg werd gesuggereerd, was niet van de rechtbank en er was geen bewijs van daadwerkelijk overleg. Het vervroegen van de zitting werd gerechtvaardigd door de expiratiedatum van de kinderbeschermingsmaatregelen.
Verder bleek uit het dossier geen verzoek om het indienen van een contra-expertise rapport en was het niet aannemelijk dat de rechter dit geweigerd had. Ook het niet tijdig ondertekenen van processen-verbaal en het niet horen van getuigen gaven geen aanleiding tot het vermoeden van partijdigheid. De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van vooringenomenheid of schijn daarvan en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.