Woonstichting Vryleve en Rabobank zijn betrokken bij een geschil over de nakoming van een vonnis van de rechtbank Amsterdam uit juli 2016, waarin Rabobank werd veroordeeld om bepaalde klantgegevens en administratieve documenten te verstrekken.
Vryleve stelde dat Rabobank niet volledig aan het vonnis had voldaan en eiste betaling van dwangsommen. Rabobank vorderde in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze dwangsommen, stellende dat zij aan het vonnis had voldaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Rabobank plausibel had toegelicht dat het BBS databasesysteem alleen actuele klantgegevens bevat en dat het enige overgelegde BBS Klantbeeldformulier het enige beschikbare formulier was. Vryleve had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Rabobank over meer documenten beschikte.
Ook met betrekking tot de gevraagde uittreksels over de negatieve waarde van renteswaps had Rabobank alles overlegd waar zij over beschikte. De voorzieningenrechter concludeerde dat Rabobank geen dwangsommen had verbeurd en schorste de tenuitvoerlegging van het vonnis voor zover het de dwangsommen betreft.
Vryleve werd veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen in reconventie werden afgewezen.