Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Gelderland
Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde wegens gebitsschade die hij stelt te hebben opgelopen door mishandeling. Na het incident op 8 november 2015 is vastgesteld dat eiser enkele tanden mist en een slecht onderhouden gebit heeft. Gedaagde betwist dat de gebitsschade het gevolg is van de mishandeling en wijst op de slechte conditie van het gebit en een palatumbeet die niet door de klap zou zijn veroorzaakt.
De politierechter heeft gedaagde veroordeeld voor mishandeling en een beperkte schadevergoeding toegekend. Eiser vordert in kort geding een voorschot op de schadevergoeding voor de gebitsrenovatie, onderbouwd met een begroting van ruim €23.000. Gedaagde betwist het causaal verband en de spoedeisendheid van de vordering.
De voorzieningenrechter overweegt dat het causaal verband tussen mishandeling en schade in beginsel vaststaat, maar dat de precieze omvang van de schade alleen kan worden vastgesteld met een deskundigenonderzoek. Omdat dit in kort geding niet mogelijk is en terughoudendheid geboden is bij geldvorderingen, wijst de rechter de vordering en het voorschot af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding en voorschot wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over de omvang van de schade en het ontbreken van deskundigenonderzoek.