Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
- [eiseres] als “ [gedaagde] ”;
- het [verweerder] als “het college”;
- [belanghebbende] en overige hierboven onder 2 tot en met 26 genoemde partijen als [bedrijf 1] .
Rechtbank Gelderland
De voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland heeft op 23 september 2016 uitspraak gedaan over het verzoek tot opheffing van een eerder getroffen voorlopige voorziening die de omgevingsvergunning voor een bouwplan schorste vanwege onvoldoende onderbouwing van de parkeernorm.
Het bouwplan betreft vervangende nieuwbouw van een winkelcentrum met woningen en een ondergrondse parkeergarage. Volgens vaste jurisprudentie hoeft bij vervangende nieuwbouw alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van het te slopen pand. Uit de stukken blijkt dat het bouwplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen (546 in totaal) voor de uitbreiding van winkeloppervlakte en de nieuwe appartementen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de nieuwe parkeerberekeningen, gebaseerd op het parkeerbeleid van het college, een nieuw feit vormen dat het verzoek tot opheffing rechtvaardigt. De bezwaren van de tegenpartij over de gebruikte kencijfers en extra parkeerbehoefte werden niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd de voorlopige voorziening opgeheven en werd het college veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
De uitspraak is bindend voor het bodemgeding niet, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven omdat het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid.