Uitspraak
[X] , wonende te [Z] , eiser(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
mr. drs. O.D. Heitling, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
5 augustus 2016.
Rechtbank Gelderland
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning over 2015, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en wees de zaak terug naar verweerder voor een nieuwe beslissing.
Eiser stelde verweerder vervolgens in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, waarna verweerder op 19 december 2015 opnieuw uitspraak op bezwaar deed en het verzoek om een dwangsom afwees. De kern van het geschil betrof de vraag of na terugwijzing door de rechtbank de beslistermijn van artikel 30, negende lid, Wet WOZ (uitspraak binnen het kalenderjaar) nog geldt, of dat een termijn van acht weken na de uitspraak van de rechtbank geldt.
De rechtbank overwoog dat de rechtbank bij terugwijzing ook een termijn kan stellen voor het bestuursorgaan, maar dit niet had gedaan. Daarom blijven de wettelijke termijnen van de bezwaarfase van toepassing, waaronder de beslistermijn tot het einde van het kalenderjaar. Dit is ook in lijn met de bedoeling van de wetgever om de piekbelasting van lagere overheden te spreiden.
Omdat verweerder binnen deze termijn uitspraak op bezwaar heeft gedaan, was hij niet in gebreke en had eiser geen recht op een dwangsom. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat verweerder tijdig uitspraak op bezwaar heeft gedaan binnen de wettelijke beslistermijn.