Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 28 juni 2016
Erven [A] , te [Z] , eisers
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
[E] BV aanwezige liquide middelen en effecten slechts tijdelijk en derhalve niet duurzaam overtollig zijn. Vast staat dat de gemeente Oldenzaal de deelgebieden stationsgebied, [A-straat 1] , [A-straat 2] en [H] gefaseerd wenst te herontwikkelen. Met deze plannen, die dateren van december 2005, is in 2011 een aanvang gemaakt voor wat betreft het stationsgebied en de [A-straat 1] . De planperiode voor deze deelgebieden ligt tussen de vijf en tien jaar. Na ommekomst van deze periode zal worden beoordeeld of het gebied [A-straat 2] , waarin het bedrijfspand van de werkmaatschappij is gelegen, eveneens zal worden herontwikkeld en op welke wijze deze herontwikkeling vorm zal krijgen. Als onweersproken staat voorts vast dat het gebouw van de voedselbank, gelegen naast het bedrijfspand van eisers in het deelgebied [A-straat 2] , door de gemeente is aangekocht. Weliswaar hebben eisers ter zitting verklaard dat zij bij voorkeur hun ondernemingsactiviteiten wensen voort te zetten vanuit het huidige bedrijfspand, maar dit laat onverlet dat, indien de gemeente besluit tot herontwikkeling, voor de onderneming mogelijk een andere bedrijfslocatie dient te worden gezocht. De rechtbank acht deze dreiging van herontwikkeling gelet op de in de stukken en ter zitting gestelde feiten en omstandigheden reëel. Het voorgaande brengt mee dat de onderneming de financiële mogelijkheden dient te hebben om in voorkomend geval een nieuwe bedrijfslocatie te betrekken. Dit kan, zoals thans het geval is, een gehuurde locatie betreffen, maar de ondernemer dient de keus te worden gelaten om, indien dit beter past binnen de bedrijfsvoering, een bedrijfspand in eigendom te verwerven. Dat duidelijkheid over de herontwikking van het deelgebied [A-straat 2] inmiddels geruime tijd op zich laat wachten kan eisers niet worden aangerekend en kan er niet toe leiden dat de liquide middelen en effecten om die reden als duurzaam overtollig dienen te worden aangemerkt.
Beslissing
werk en woning van € 75.271 en naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk
belang van € 1.582.563;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op
bezwaar;
mr. drs. M.J.C. Pieterse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Mak, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;