ECLI:NL:RBGEL:2016:2024

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 april 2016
Publicatiedatum
12 april 2016
Zaaknummer
300248 / KG RK 16-316
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak strafzaak

Verzoeker diende op 17 maart 2016 een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die op 15 maart 2015 mondeling vonnis had gewezen in een strafzaak. De wrakingskamer stelde vast dat de behandeling van de strafzaak op het moment van het wrakingsverzoek reeds was geëindigd met een einduitspraak. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken nadat de zaak is afgesloten. Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer zag geen aanleiding tot een mondelinge behandeling van het verzoek, aangezien de niet-ontvankelijkheid direct duidelijk was. De beschikking werd op 11 april 2016 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit T. ter Brugge (voorzitter), M.P.C.J. van Bavel en G. Noordraven, in aanwezigheid van griffier T. de Munnik.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open, waarmee het verzoek definitief is afgewezen.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 300248 / KG RK 16-316
Beschikking van 11 april 2016
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker tot wraking,
verder: verzoeker,
tegen
mr. [naam] , in haar hoedanigheid van politierechter in de strafzaak geregistreerd onder het parketnummer 05/163893-12,
verder: de rechter.

1.De procedure

Bij schrijven van 17 maart 2016 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter.

2.De beoordeling

2.1
De wrakingskamer stelt vast dat de rechter in de strafzaak geregistreerd onder het parketnummer 05/163893-12 ter openbare terechtzitting van 15 maart 2015 mondeling vonnis heeft gewezen. Dat betekent dat verzoeker het wrakingsverzoek heeft ingediend nadat het vonnis is gewezen en dat de behandeling van de strafzaak op het moment van indienen van het wrakingsverzoek dus al was geëindigd.
2.2
Aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het doen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan, is verzoeker om die reden niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
2.3
Nu aanstonds duidelijk is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek, zal worden afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. T. ter Brugge (voorzitter), M.P.C.J. van Bavel en
G. Noordraven en in tegenwoordigheid van mr. T. de Munnik, griffier, en in openbaar uitgesproken op 11 april 2016.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.