Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
- met dagtekening 4 december 2006 voor het jaar 2003 een aanslag (aanslagnummer [000].H.36) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 500.000, alsmede bij beschikking een boete van € 250.341. Tevens is bij beschikking € 30.181 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 4 december 2006 voor het jaar 2003 een aanslag (aanslagnummer [000].W.36) premie WAZ, berekend naar een WAZ-grondslag van € 24.958. Tevens is bij beschikking € 264 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 9 november 2007 voor het jaar 2004 een aanslag (aanslagnummer [000].H.46) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 400.000, alsmede bij beschikking een boete van € 198.320. Tevens is bij beschikking € 26.174 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 31 december 2008 voor het jaar 2005 een aanslag (aanslagnummer [000].H.56) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 600.000, alsmede bij beschikking een boete van € 302.350. Tevens is bij beschikking € 42.706 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 december 2011 voor het jaar 2006 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.67) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 200.000, alsmede bij beschikking een boete van € 94.015. Tevens is bij beschikking € 19.543 aan heffingsrente in rekening gebracht.
27 mei 2004 een hypothecaire lening van € 599.000 afgesloten, waarvoor € 2.350 aan hypotheekrente per maand wordt betaald. Voor het passeren van de notariële akte op 27 mei 2004 is door de partner een bedrag van € 81.251 voldaan. Van dit bedrag was € 8.000 afkomstig van een contante storting en € 50.000 was afkomstig van een overboeking vanuit het buitenland.
.