ECLI:NL:RBGEL:2015:3795
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. van Schagen
- S.W. van Osch - Leysma
- T.A. Willems-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid broninhouding ouderdomspensioen door Sociale Verzekeringsbank
Eiseres maakte bezwaar tegen de broninhouding van haar eigen bijdrage voor zorg met verblijf op haar ouderdomspensioen, vastgesteld door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Zij stelde dat het College voor zorgverzekeringen (CAK) ten onrechte een besluit nam over de broninhouding en wilde dat de inhouding werd stopgezet zodat zij de eigen bijdrage zelf via acceptgiro kon voldoen.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar van eiseres niet betrekking had op het besluit van het CAK over de eigen bijdrage, maar op het besluit van de Svb tot broninhouding. De Svb had het bezwaar ongegrond verklaard en het daaropvolgende beroep was eveneens ongegrond verklaard door de rechtbank in een eerdere uitspraak.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 20, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) de bevoegdheid tot broninhouding bij de Svb ligt en niet bij het CAK. Het CAK kan wel een verzoek indienen, maar is niet bevoegd een besluit te nemen over broninhouding. De rechtsgevolgen van broninhouding ontstaan pas na een besluit van de Svb en alleen de Svb kan deze rechtsgevolgen teniet doen.
De rechtbank wees erop dat eiseres haar belangen betreffende de wijze van betaling van de eigen bijdrage had kunnen inbrengen in de procedure tegen de Svb. Het beroep tegen het bestreden besluit van het CAK werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het CAK wordt ongegrond verklaard omdat de broninhouding een bevoegdheid is van de Sociale Verzekeringsbank.