ECLI:NL:RBGEL:2015:1662
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onterecht opgelegde schending inlichtingenplicht WAO-uitkering
Eiser, werkzaam als buschauffeur en later magazijnmedewerker, ontving een WAO-uitkering die door verweerder werd verlaagd en ingetrokken vanwege vermeende inkomsten uit arbeid. Verweerder legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, welke na bezwaar werd verminderd maar gehandhaafd bleef. Eiser stelde dat het voor hem niet duidelijk was dat sprake was van een te hoge uitkering.
De rechtbank oordeelde dat de boete betrekking had op een periode waarin verweerder geen concrete aanwijzingen had dat eiser salarisverhogingen of vergoedingen niet had gemeld. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat eiser verwijtbaar de inlichtingenplicht had geschonden. De boete werd daarom ten onrechte opgelegd en vernietigd.
Daarnaast kende de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan eiser wegens beroepsmatige bijstand. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.