Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure in de zaak 12-260
- het tussenvonnis van 25 juli 2012
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de akte overleggen stukken van de zijde van FSN van 20 september 2013
- de akte vermeerdering van eis in reconventie van Accon van 4 oktober 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 4 oktober 2013
- de akte van FSN met producties van 16 oktober 2013
- de antwoordakte van Accon van 30 oktober 2013.
2.De procedure in de zaak 12-793
- het tussenvonnis van 10 april 2013
- de akte overleggen stukken van de zijde van FSN van 20 september 2013
- de akte vermeerdering van eis van FSN van 4 oktober 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 4 oktober 2013
- de akte van FSN van 16 oktober 2013
- de antwoordakte van Accon van 30 oktober 2013.
3.De feiten
NEMEN IN AANMERKING DAT:
Budget)
rb) door inbreng van de vordering groot tweehonderd vijftigduizend euro (€ 250.000,00) van de Oprichter 1 op de Oprichter 2 (FSN,
rb) (…)
Onderneming”; (…)
I. INLEIDENDE VERKLARINGEN
rb) aan de Vennootschap, die van de Oprichter B aanneemt, als storting op de Aandelen B de activa en andere vermogensbestanddelen die vandaag behoren tot de in te brengen onderneming (zowel de activa en andere vermogensbestanddelen die daartoe reeds op het overgangstijdstip vermeld in hetgeen hiervoor is geciteerd behoorden als de activa en andere vermogensbestanddelen die daartoe sinds die datum zijn gaan behoren), volgens de hierna bedoelde beschrijving.
4.Het geschil
rb] welke bedrag FSN op de voet van artikel 6:277 lid 1 BW Pro vordert ten titel van de vergoeding van schade die FSN lijdt als gevolg van de gedeeltelijke ontbinding van de SLA door FSN op grond van een tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst door Accon. De tekortkoming bestaat er volgens FSN in dat Accon facturen van FSN uit hoofde van de SLA onbetaald heeft gelaten en haar afnameverplichting uit de SLA niet nakomt.