ECLI:NL:RBGEL:2014:80
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- J.M.C. Schuurman-Kleijberg
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende verklaring banktransacties
Eiser heeft bijstand aangevraagd na beëindiging van eerdere bijstand. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt waar diverse bankstortingen vandaan kwamen. Eiser heeft bankafschriften en verklaringen overgelegd, waaronder een brief van zijn broer en een e-mail van een kennis, die volgens hem de transacties verklaren.
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen onvoldoende zijn om de transacties te rechtvaardigen. Zo is niet aannemelijk gemaakt dat de storting van € 900 bestemd was voor tandartskosten, noch dat de bedragen die aan de kennis zijn overgemaakt daadwerkelijk aflossingen van een schuld betreffen. De e-mail van de kennis bevestigt juist dat er geen aflossingen zijn gedaan.
Ook de factuur voor de containerhuur en de timing en bedragen van de transacties stroken niet met de verklaringen van eiser. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld vanwege onvoldoende onderbouwing van de banktransacties.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende verklaring van banktransacties.