Uitspraak
Stichting Baston Wonen
Rechtbank Gelderland
Stichting Baston Wonen vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar directeur/bestuurder, waarbij de ontbinding onder een opschortende voorwaarde wordt verzocht dat een eerdere uitspraak in een andere procedure in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.
De arbeidsovereenkomst voorzag in beëindiging bij het bereiken van 65 jaar, maar partijen hadden gesprekken gevoerd over een eerdere beëindiging en een aangepaste functie en financiële regeling. Baston stelde dat een mondelinge overeenkomst tot beëindiging per 1 juli 2015 was gesloten, hetgeen door de directeur werd betwist. Baston was eerder in een procedure bij de kantonrechter te Zutphen in het ongelijk gesteld en ging in hoger beroep.
De kantonrechter oordeelt dat het uitspreken van ontbinding onder een opschortende voorwaarde niet verenigbaar is met het stelsel van het ontslagrecht en de ontbindingsprocedure, die juist gericht is op een spoedige beslissing. De gevraagde voorwaarde zou leiden tot langdurige onzekerheid over de beëindigingsdatum, mede gezien de lopende hoger beroepsprocedure en mogelijke cassatie.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en Baston veroordeeld in de proceskosten. Een inhoudelijke beoordeling van het ontbindingsverzoek vindt niet plaats vanwege het onmogelijke karakter van de opschortende voorwaarde.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder opschortende voorwaarde wordt afgewezen.