ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling IOAW-uitkering voor alleenstaande na wetswijziging per 1 juli 2013
Eiseres heeft een IOAW-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd toegekend op grond van de gehuwdennorm, met verrekening van het pensioeninkomen van haar echtgenoot. Na bezwaar werd dit besluit herzien en werd haar een uitkering toegekend volgens de alleenstaandennorm, maar dit werd later weer teruggedraaid door een herziene beslissing op bezwaar.
De rechtbank onderscheidt de periode voor en na 1 juli 2013, de datum van inwerkingtreding van een wetswijziging die de echtgenoot van een werkloze werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt expliciet uitsluit van de IOAW. Voor de periode vóór deze datum was de gehuwdennorm terecht toegepast, maar daarna moet eiseres als alleenstaande worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het eerdere besluit op bezwaar in strijd was met de wet en eiseres geen schade heeft geleden door het bestreden besluit. Verrekening van het pensioeninkomen van de echtgenoot is vanaf 1 juli 2013 niet aan de orde.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de gehuwdennorm vanaf 1 juli 2013 toepast, herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres vanaf die datum recht heeft op een IOAW-uitkering volgens de alleenstaandennorm. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat eiseres vanaf 1 juli 2013 recht heeft op een IOAW-uitkering volgens de alleenstaandennorm.