ECLI:NL:RBGEL:2014:5254
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering dagloongarantie WW-uitkering na dienstverband
Eiser was sinds 1997 in dienst bij een werkgever en werd vanwege bedrijfseconomische redenen in maart 2013 ontslagen. Vervolgens trad hij in dienst bij een andere werkgever voor bepaalde tijd, waarvan het dienstverband in juli 2013 eindigde. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het dagloon vaststelde zonder toepassing van de dagloongarantie, omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van het Dagloonbesluit.
De rechtbank overwoog dat het Dagloonbesluit sinds 1 juni 2013 van kracht is en dat eiser niet voldeed aan het overgangsrecht en de voorwaarden voor dagloongarantie, omdat hij geen WW-uitkering had ontvangen tussen de dienstverbanden. Het beroep van eiser dat dit onredelijk en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel zou zijn, werd verworpen. De rechtbank wees op de bewuste beleidskeuze van de regering en het ontbreken van ernstige fouten in het besluit.
Voorts faalde het betoog van eiser dat het besluit inbreuk maakte op het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Er was geen bestaand recht of gerechtvaardigde verwachting op dagloongarantie. Ook het argument van indirecte discriminatie van oudere werknemers en uitzendkrachten werd verworpen wegens gebrek aan statistische onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot vaststelling van het dagloon zonder dagloongarantie is ongegrond verklaard.