ECLI:NL:RBGEL:2014:3942
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op dagloongarantie bij overgang dienstverband zonder tussenliggende WW-uitkering
Eiser werkte sinds 1987 bij een werkgever en beëindigde zijn dienstverband per 1 januari 2013. Hij trad vervolgens in dienst bij een andere werkgever, die failliet ging in juni 2013. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen vanwege een beëindigingsvergoeding. Later werd een uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon zonder toepassing van de dagloongarantie.
Eiser voerde aan dat het overgangsrecht van het oude Besluit dagloonregels op hem van toepassing was en dat de eis van een tussenliggende WW-uitkering onredelijk en in strijd met rechtszekerheid was. De rechtbank oordeelde dat sinds 1 juni 2013 het nieuwe Dagloonbesluit geldt en dat de dagloongarantie alleen geldt voor werknemers die een WW-uitkering hebben ontvangen tussen dienstverbanden.
Verder stelde eiser dat loon in week 11 van 2013 ten onrechte niet was meegenomen bij de dagloonvaststelling. De rechtbank volgde dit niet, omdat verweerder mocht uitgaan van de polisadministratie en eiser onvoldoende had aangetoond dat hij het loon had opgeëist. Ook was artikel 5, lid 4, van het Dagloonbesluit niet van toepassing omdat eiser in die week wel werkte.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de nieuwe regelgeving met overgangsrecht rechtsgeldig is toegepast.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot vaststelling van het dagloon zonder toepassing van de dagloongarantie wordt ongegrond verklaard.