Op 14 januari 2012 werd het slachtoffer in haar woning aangevallen en neergestoken door de dader, waarbij ook haar vader ernstig gewond raakte. Het slachtoffer overleed op 19 januari 2012. De dader is onherroepelijk veroordeeld tot jeugddetentie en jeugd-tbs. Medeplegers zijn eveneens veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke uitlokking van moord.
De moeder van het slachtoffer vordert een verklaring voor recht van hoofdelijke aansprakelijkheid van de dader en medeplegers voor haar materiële en immateriële schade, waaronder shockschade. Zij stelt dat zij door de confrontatie met de gevolgen van de moord een erkend psychiatrisch ziektebeeld heeft ontwikkeld.
De rechtbank wijst de vorderingen toe, erkent de aansprakelijkheid van de gedaagden, en wijst het matigingsverweer af. De rechtbank overweegt dat de opzettelijke aard van het handelen en de ernst van de schade geen grond voor matiging bieden, ondanks de jeugdigheid en verminderde toerekeningsvatbaarheid van de dader. De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €52.528,37, vermeerderd met rente en proceskosten.