ECLI:NL:RBGEL:2014:3660
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging werkzaamheden welstandscommissie en weigering vergoeding gederfde inkomsten
Eiseres, lid van de gemeentelijke welstandscommissie, werd per 1 juni 2011 door het college van burgemeester en wethouders van Barneveld geïnformeerd dat haar werkzaamheden zouden eindigen vanwege de benoeming van een stadsbouwmeester. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beëindiging en stelde dat zij recht had op een vergoeding voor gederfde inkomsten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet tijdig had beslist op het bezwaar, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond werd verklaard. De rechtbank legde een dwangsom op en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres vergoed moest worden.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de beëindiging van de welstandscommissie onderdeel was van bezuinigingsmaatregelen en dat de werkzaamheden tijdelijk van aard waren. Eiseres had voldoende tijd gehad om te anticiperen en had niet aannemelijk gemaakt dat zij onevenredig werd getroffen. De rechtbank wees het beroep op vergoeding af, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiseres voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, omdat de voorzitter van de commissie wel een vergoeding had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding aan de voorzitter uit coulance was gegeven en dat verweerder niet verplicht was ook aan eiseres een vergoeding te verstrekken.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond, maar het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de welstandscommissie en weigering van vergoeding wordt afgewezen.