ECLI:NL:RBGEL:2014:2831
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vierde toetskans beroepsopleiding advocatuur wegens onmogelijkheid tot afwijking Stageverordening
Verzoeker, een advocaat-stagiair, had drie toetskansen benut voor toetsen binnen de beroepsopleiding advocatuur en verzocht om een vierde kans vanwege persoonlijke omstandigheden en vermeende onbillijkheden. De Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten wees dit verzoek af, waarna verzoeker administratief beroep instelde dat eveneens ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter overwoog dat de Stageverordening 2005, een algemeen verbindend voorschrift, slechts drie toetskansen toestaat en dat de hardheidsclausule geen ruimte laat voor een vierde kans. Daarnaast werd geen strijd met hogere wettelijke voorschriften of algemeen rechtsbeginselen vastgesteld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van verzoeker niet vergelijkbaar was met eerdere gevallen waarin onjuiste informatie door de examencommissie leidde tot afwijkende beslissingen.
Verder werd het betoog over de tweede toetskans verworpen omdat verzoeker reeds eerder een administratief beroep had ingesteld en geen nieuwe feiten had aangevoerd. De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen vierde toetskans toe te staan wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.