Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de brieven van de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan de rechtbank d.d. 23 december 2013, 24 december 2013, 30 december 2013, met producties
- de brief van de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan de rechtbank van 2 januari 2014, met producties, waarbij onder meer de vorderingen die ook waren ingesteld tegen de besloten vennootschap Werkspot B.V., zijn ingetrokken
- de brief van [gedaagde] aan de rechtbank d.d. 31 december 2013, met producties
- de mondelinge behandeling
- de door [gedaagde] ter zitting overgelegde productie (proces-verbaal van politie Gelderland-Zuid d.d. 31 oktober 2013)
- de pleitnota van Piet Hein Eek B.V. c.s.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
I.a en b. Op zichzelf staat wel vast dat de afbeeldingen van de inbreuk makende meubels door [gedaagde] van de websites zijn gehaald en ook heeft [gedaagde] een verklaring ondertekend dat hij de door [eiser] ontworpen meubels niet meer zal namaken, maar niettemin hebben Piet Hein Eek B.V. en [eiser] er belang bij dat dit een en ander door een veroordeling wordt versterkt, om zich ervan te verzekeren dat namaak in de toekomst niet meer zal plaatsvinden.
I.a en b reeds op grond van hetgeen hiervoor is overwogen toewijsbaar is. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.5 en op hetgeen hierna nog onder 4.7 zal worden overwogen, is de vordering onder 3.1.
I.c, gebaseerd op het merkrecht, niet toewijsbaar.
IIgeldt het volgende. [gedaagde] heeft, zo is hiervoor al overwogen, erkend dat hij de beschikking heeft gehad over het hiervoor omschreven stempel. [gedaagde] heeft evenwel gemotiveerd aangegeven dat hij het stempel thans niet meer in zijn bezit heeft. Dat het anders is, kan niet worden vastgesteld en hebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet aannemelijk gemaakt. Daarom zal deze vordering slechts worden toegewezen in die zin, dat [gedaagde] alleen zal worden veroordeeld tot het afgeven van de bedoelde verklaring.
III.
IVzijn de volgende omstandigheden van belang.
V.
VI) gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. Wel is er aanleiding het totaal van de dwangsommen aan een maximum te binden.
VII.
VIIIhebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet nader geconcretiseerd. Deze vordering moet daarom als te onbepaald worden afgewezen.