ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0327
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel en toepassing overgangsrecht in bestuursrechtelijke geldschulden
AGF, een groothandel in groenten en fruit, kwam in verzet tegen een dwangbevel van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, stellende dat zij niet onder de werkingssfeer van het Hoofdbedrijfschap valt. Het Hoofdbedrijfschap stelde dat AGF door haar handelsactiviteiten wel degelijk onder haar werkingssfeer valt en dat de heffingsaanslagen formele rechtskracht hebben verkregen doordat AGF geen bezwaar of beroep had ingesteld.
De rechtbank overwoog dat op het dwangbevel van 11 april 2012 deels het oude en deels het nieuwe bestuursrecht van toepassing is vanwege de overgangsregeling in de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de aanslag van 17 april 2009 geldt het oude recht, voor die van 13 augustus 2010 het nieuwe recht. Het verzet tegen de aanslag van 2009 werd afgewezen vanwege formele rechtskracht, en het verzet tegen de aanslag van 2010 werd beoordeeld als een executiegeschil, waarbij het Hoofdbedrijfschap bevoegd was tot executie.
De rechtbank concludeerde dat er geen gronden waren om het dwangbevel nietig te verklaren of de tenuitvoerlegging te schorsen. AGF werd veroordeeld in de proceskosten en het verzet werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet van AGF tegen het dwangbevel wordt afgewezen en AGF wordt veroordeeld in de proceskosten.