Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 juni 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 19 september 2013.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen door gedaagde, waarbij gedaagde verweer voert met verrekening van herstelkosten en boetes opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Eiseres trad op als onderaannemer en schakelde zelf onderaannemers in. De inspectie SZW constateerde dat een werknemer zonder juiste tewerkstellingsvergunning werkte, wat leidde tot boetes voor alle betrokken partijen in de keten.
De rechtbank oordeelt dat iedere werkgever in de keten een eigen verantwoordelijkheid draagt voor naleving van de Wav, waardoor boetes niet zonder expliciete contractuele afspraak kunnen worden doorbelast.
Gedaagde kon onvoldoende concreet onderbouwen dat herstelkosten en boetes op eiseres verhaald konden worden. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag en wettelijke rente, terwijl de vordering tot incassokosten werd afgewezen.
De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis benadrukt het belang van duidelijke afspraken bij doorbelasting van boetes in onderaannemingsketens.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag en wettelijke rente, verrekening van boetes wordt afgewezen.