ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0511
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vestiging stil pandrecht op toekomstige vorderingen en verrekening bij achtergestelde lening
De zaak betreft een geschil tussen Coöperatieve Rabobank Hulst U.A. (eiseres) en commanditaire vennootschap C.V. Move Handel & Scheepvaart (gedaagde) over de geldigheid van een stil pandrecht op toekomstige vorderingen en de bevoegdheid tot verrekening bij een achtergestelde lening.
[VOF X], een binnenscheepvaartbedrijf, had een pandakte met Rabobank gesloten waarin toekomstige vorderingen werden verpand. Move had met [VOF X] een samenwerkingsovereenkomst gesloten en tevens een geldlening verstrekt aan [VOF X], waarbij een akte van achterstelling was overeengekomen ten gunste van Rabobank. Rabobank stelde dat zij een pandrecht had op de vorderingen van [VOF X] op Move en op de vorderingen van Move op [VOF X] uit hoofde van de geldlening.
De rechtbank oordeelde dat het stil pandrecht op de toekomstige vorderingen van [VOF X] op Move rechtsgeldig was, omdat deze vorderingen voortvloeiden uit een rechtsverhouding die bestond ten tijde van de registratie van de pandakte. Tevens werd geoordeeld dat Move een deel van haar vorderingen op [VOF X], waaronder provisie en rente en aflossing uit hoofde van de geldlening, mocht verrekenen met de verpande vorderingen, voor zover deze vorderingen bestonden en opeisbaar waren vóór de mededeling van het pandrecht.
Ten aanzien van het pandrecht van Rabobank op de vorderingen van Move op [VOF X] werd het bewijs uitgesteld om te bepalen of Move daadwerkelijk haar vorderingen had verpand. De zaak werd aangehouden voor nader bewijs en getuigenverhoor.
Uitkomst: Move moet na verrekening € 10.551,30 aan Rabobank betalen, bewijs over derdenpandrecht wordt aangehouden.