ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ4769
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betalingsverplichtingen na beëindiging samenlevingscontract inzake hypotheekrente en gemeenschappelijke huishoudkosten
Partijen hebben van 29 juni 2007 tot 29 april 2009 samengewoond en een samenlevingscontract gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, waaronder de hypotheekrente van de gezamenlijk bewoonde woning die eigendom is van de vrouw.
De man vordert terugbetaling van €3.684,08 die hij na de feitelijke beëindiging van de samenleving op 30 april 2009 aan de vrouw heeft betaald, omdat hij meent dat hij na die datum niet meer verplicht was bij te dragen. De vrouw stelt dat het contract pas formeel is beëindigd op 1 september 2009 en dat de man tot die datum verplicht was bij te dragen, inclusief de hypotheekrente.
De rechtbank oordeelt dat het samenlevingscontract niet automatisch eindigt bij het verlaten van de woning door een van de partijen, maar pas na formele opzegging met inachtneming van de opzegtermijn. De man was dus verplicht bij te dragen tot 1 september 2009. De man heeft echter meer betaald dan zijn aandeel, zodat het teveel betaalde bedrag onverschuldigd is en terugbetaald moet worden.
De vordering van de vrouw om betaling van de hypotheekrente aan haar te vorderen wordt afgewezen omdat de man en vrouw hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens de bank, en het niet relevant is wie de rente daadwerkelijk betaalt. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van €3.684,08 aan de man met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.