ECLI:NL:RBDOR:2010:BN4773
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op uitbetaling gratificatie wegens discretionaire bevoegdheid werkgever
De werknemer is sinds 1988 in dienst bij Koni B.V. en er is een gratificatieregeling van toepassing die bepaalt dat de directie jaarlijks, na overleg met de ondernemingsraad, beslist over het al dan niet uitkeren van een gratificatie. De werknemer ontving jarenlang een gratificatie, maar in 2009 besloot de directie vanwege slechte bedrijfsresultaten geen gratificatie toe te kennen.
De werknemer vordert betaling van de gratificatie over 2009 en stelt dat de gratificatie feitelijk een arbeidsvoorwaarde is geworden, waardoor het niet uitkeren een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden is. Tevens wijst hij op willekeur omdat sommige werknemers wel een gratificatie ontvingen.
De werkgever voert aan dat de gratificatieregeling een discretionaire bevoegdheid aan de directie geeft en dat jaarlijks overleg met de ondernemingsraad plaatsvindt. De slechte financiële situatie rechtvaardigt het besluit geen gratificatie toe te kennen. De kantonrechter oordeelt dat de regeling geen arbeidsvoorwaarde is, dat de discretionaire bevoegdheid geldig is uitgeoefend en dat er geen sprake is van willekeur of strijd met goed werkgeverschap.
De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de gratificatie wordt afgewezen omdat de werkgever een discretionaire bevoegdheid heeft om de gratificatie niet toe te kennen.