ECLI:NL:RBDOR:2010:BN4740
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over overeenkomst van aanneming van werk voor woningbouw en gevolgen opzegging
In deze zaak staat centraal of tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk is gesloten voor de bouw van een woning op een kavel in Hendrik-Ido-Ambacht, en wat de gevolgen zijn van de opzegging van die overeenkomst door de opdrachtgever. De eiseres, een aannemersfirma, heeft een offerte uitgebracht die door de gedaagde is ondertekend, waarin de bouw van een woning met een vaste aanneemsom is beschreven.
De gedaagde betwist dat er een aannemingsovereenkomst is gesloten en stelt dat het slechts ging om het laten vervaardigen van ontwerptekeningen, mede vanwege een mondeling financieringsvoorbehoud. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst duidelijk een aannemingsovereenkomst betreft, mede gelet op de inhoud van de offerte, de correspondentie met de architect en het ontbreken van bewijs voor een financieringsvoorbehoud.
De gedaagde heeft de overeenkomst opgezegd wegens het niet verkrijgen van financiering. De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 7:764 lid 2 BW Pro de opdrachtgever de prijs voor het gehele werk moet betalen, verminderd met de besparingen die voortvloeien uit de opzegging. De eiseres heeft haar mededelingsplicht niet volledig ingevuld en moet een specificatie van de besparingen overleggen. De zaak wordt aangehouden voor nadere specificatie en onderbouwing van de besparingen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat een aannemingsovereenkomst is gesloten zonder financieringsvoorbehoud en verwijst de zaak aan voor specificatie van besparingen na opzegging.