ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6399
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering bank tot betaling kredietbedragen en afwijzing vorderingen tegen de Belastingdienst
De zaak betreft een vordering van ABN AMRO Bank tegen een kredietnemer die een zakelijke kredietovereenkomst en een privékredietovereenkomst niet heeft nagekomen. De bank vordert betaling van het openstaande debetsaldo inclusief rente. De kredietnemer voert verweren aan zoals overmacht en eigen schuld, maar deze zijn niet toewijsbaar bij een vordering tot nakoming.
Daarnaast is er een vrijwaringszaak tegen de Belastingdienst en de Staat vanwege onrechtmatige aanslagopleggingen en invorderingsmaatregelen, waaronder beslagleggingen. De kredietnemer stelt dat het onrechtmatig handelen van de Belastingdienst heeft geleid tot het niet kunnen nakomen van de kredietverplichtingen en daarmee tot schade.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van de bank tot betaling van de kredietbedragen inclusief rente toewijsbaar zijn. Het beroep op overmacht en eigen schuld faalt omdat deze niet gelden tegen nakoming. Het verzet tegen het dwangbevel van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard, mede omdat de materiële verschuldigdheid van de resterende naheffingsaanslag omzetbelasting niet zo twijfelachtig is dat invordering onredelijk is. De vorderingen tegen de Belastingdienst worden afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband en onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.
De rechtbank veroordeelt de kredietnemer in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het verzet tegen het dwangbevel wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat het niet evident kansloos was.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de kredietnemer tot betaling van de openstaande kredietbedragen met rente en verklaart het verzet tegen het dwangbevel van de Belastingdienst ongegrond.