ECLI:NL:RBDOR:2010:BL6070
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verzekeraar wegens ontbreken onrechtmatige daad en analoge toepassing art. 7:961 BW
In deze zaak vordert verzekeraar Leeuwarder van Univé vergoeding van schade die Leeuwarder aan een derde verzekerde heeft uitgekeerd na een brand veroorzaakt door kinderen van een andere verzekerde. Leeuwarder baseert haar vordering op een analoge toepassing van artikel 7:961 BW Pro en op onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat artikel 7:961 BW Pro niet van toepassing is omdat de vereiste samenloop ontbreekt en dat een analoge toepassing niet leidt tot een vorderingsrecht van Leeuwarder op Univé. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat Univé onrechtmatig heeft gehandeld, zodat ook de vordering op grond van onrechtmatige daad wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt Leeuwarder in de proceskosten en wijst de vorderingen af. De uitspraak bevestigt dat verzekeraars niet zonder meer een vordering op elkaar kunnen baseren op verwijzing van verzekerden en benadrukt het belang van voldoende feitelijke onderbouwing bij onrechtmatigheid.
Uitkomst: Vordering van Leeuwarder tegen Univé wordt afgewezen wegens ontbreken toepasselijkheid art. 7:961 BW en onvoldoende onderbouwing onrechtmatig handelen.