ECLI:NL:RBDOR:2010:BL2839
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens voortijdige strafvervolging bij lopende asielprocedure
De verdachte werd op 24 juli 2009 in Dordrecht aangehouden wegens het bezit van een vals Noors paspoort. Zij had direct na haar aanhouding asiel aangevraagd. De officier van justitie vervolgde haar ondanks de lopende asielprocedure en het beroep op artikel 31, eerste lid van het Vluchtelingenverdrag, dat strafvervolging uitsluit bij onrechtmatige binnenkomst van vluchtelingen die zich onverwijld melden.
De politierechter oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet had gemotiveerd waarom het de asielprocedure niet afwachtte en tot strafvervolging overging. Er was geen specifieke afweging gemaakt, terwijl een veroordeling het asielverzoek negatief kan beïnvloeden. Daarnaast werd overwogen dat de strafrechter geen taak heeft in de beoordeling van het asielverzoek of de veiligheid van het verblijf in een derde land.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De verdachte verbleef kort in Griekenland en had daar tevergeefs geprobeerd asiel aan te vragen. De Dublinprocedure speelde een rol, maar mocht de strafrechter niet beïnvloeden. Het bezit van het valse paspoort werd erkend, maar de voortijdige vervolging werd afgewezen omdat de asielprocedure nog liep.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging omdat de asielprocedure niet is afgewacht.