ECLI:NL:RBDOR:2010:BK9130
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vrijstelling en bouwvergunning woonzorgcentrum
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en de bouwvergunning voor de nieuwbouw van een woonzorgcentrum. De vrijstelling was aangevraagd vóór 1 juli 2008, de bouwaanvraag daarna. De voorzieningenrechter oordeelt dat het overgangsrecht van toepassing is, waardoor het oude recht van vóór 1 juli 2008 geldt voor de gecombineerde aanvraag.
De rechter bevestigt dat het college bevoegd was de vrijstelling en bouwvergunning te verlenen, mede op basis van de provinciale lijst die ondanks verval per 1 juli 2008 nog van kracht blijft. De ruimtelijke onderbouwing is voldoende, met een verantwoord hogere bouwhoogte en aandacht voor waterhuishouding. Verzoekers konden hun bezwaren over verminderde privacy en zonlicht niet aannemelijk maken als reden voor weigering.
Ten aanzien van mogelijke schade door hei- en bemalingswerkzaamheden stelt de rechter dat dit niet kan worden betrokken bij de bouwvergunningtoets, tenzij onvermijdelijke schade op voorhand vaststaat. De rapportages tonen geen onaanvaardbare risico's. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijstelling en bouwvergunning wordt afgewezen.