ECLI:NL:RVS:2006:AV1802
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en vrijstelling voor bergbezinkbassin ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk verleende op 11 november 2003 een bouwvergunning en vrijstelling voor het aanleggen van een bergbezinkbassin op een perceel in Nuland. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, met name vanwege zorgen over zettingsschade door de plaatsing van damwanden en het ontbreken van een nieuw hoorproces.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, waarna het college het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Dit leidde tot een nieuw beroep dat door de voorzieningenrechter werd afgewezen. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de bezwaren over de zettingsschade niet relevant zijn voor de vergunningverlening, aangezien de damwanden tijdelijke voorzieningen zijn en de gebruikte trillingsvrije methode de kans op schade beperkt. Ook was er geen sprake van een verplicht nieuw hoorproces, omdat het politieke standpunt van een gemeenteraadspartij niet als een feit van aanmerkelijk belang kon worden aangemerkt.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee het besluit tot vergunningverlening en vrijstelling ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bouwvergunning en vrijstelling blijven gehandhaafd.