ECLI:NL:RBDOR:2009:BL9388
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens ontbreken dringende redenen
Verzoekster vroeg bijzondere bijstand voor het aflossen van een schuld aan Eneco, welke door verweerster werd afgewezen. Verzoekster stelde dat de opvang van haar kinderen bij een vriendin ontoereikend en sociaal onwenselijk was, wat volgens haar dringende redenen opleverde.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster wel opvang elders heeft voor haar kinderen en dat zij haar stelling niet met bewijsmiddelen heeft onderbouwd. Daarnaast ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de levensomstandigheden van de kinderen bij de ouder(s), die professionele hulp kunnen inschakelen, wat verzoekster tot dan toe niet heeft gedaan.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen dringende redenen zijn aangetoond om af te wijken van de reguliere regels voor bijzondere bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Verzoekster kan in de bezwaarprocedure nog aanvullend bewijs aanleveren.
De uitspraak benadrukt het belang van het IVRK en de verantwoordelijkheid van ouders, en bevestigt dat financiële problemen niet automatisch leiden tot bijzondere bijstand zonder dringende redenen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van dringende redenen voor bijzondere bijstand.