ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ2301
Rechtbank Dordrecht
- Hoger beroep
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.A.C. Prins
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfswoning en camping met toepassing DCF-methode en proceskosten bezwaar
De rechtbank Dordrecht behandelde het hoger beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden van een bedrijfswoning en een camping. Verweerder had de waarde van de woning vastgesteld op €330.000 en de camping op €707.000, waarbij de DCF-methode werd toegepast voor de camping. Eiseres betwistte deze waarderingen en de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat de waardebepaling van de woning voldoende rekening hield met de ligging en bestemming als bedrijfswoning, mede ondersteund door vergelijkbare referentieobjecten en verkoopcijfers. De waarde van de camping was gebaseerd op verschillende methoden, waarbij de DCF-methode leidend was. De rechtbank vond de gehanteerde rente- en risicopercentages passend en oordeelde dat de watergedeelten van het terrein terecht in de waardering waren betrokken.
Ten aanzien van de proceskosten voor bezwaar stelde de rechtbank dat de beleidsregel van verweerder om de zwaarte van de zaak uitsluitend aan de hand van de WOZ-waarde te bepalen in strijd is met artikel 7:15 Awb Pro. Desondanks achtte de rechtbank de toegepaste wegingsfactor als gemiddeld passend, waardoor de vergoeding van €161 terecht was vastgesteld.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarden en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarden van €330.000 voor de bedrijfswoning en €707.000 voor de camping en handhaaft de proceskostenvergoeding van €161.