ECLI:NL:RBDOR:2009:BH4543
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding onderbedeling en meerwaarde weiland bij landinrichting Hoeksche Waard-Oost
De erven van een eigenaar van vijf percelen, waaronder een weiland met aanlegsteiger langs de Binnenmaas, maakten bezwaar tegen de lijst der geldelijke regelingen in het kader van de landinrichting Hoeksche Waard-Oost. Het geschil betreft vooral de vergoeding voor de onderbedeling van grond na toedeling van een kleiner perceel dan oorspronkelijk toegezegd, en de vraag of het weiland een meerwaarde boven de agrarische waarde vertegenwoordigde vanwege recreatief gebruik.
De landinrichtingscommissie bood een vergoeding aan voor de onderbedeling, welke door reclamant werd afgewezen. Ook werd bezwaar gemaakt tegen de vergoeding voor het hekwerk, het niet vergoeden van advies- en taxatiekosten en het niet vergoeden van rente. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar inhoudelijk moet worden behandeld omdat reclamant destijds niet voor een geldelijke vergoeding koos.
De rechtbank stelt dat bij verlies van het perceel sprake is van een onteigening waarbij volledige schadeloosstelling moet worden geboden. Er is geen sprake van relevante planologische wijzigingen rond de peildatum. De rechtbank benoemt een deskundige om te onderzoeken of het weiland een meerwaarde had boven de agrarische waarde, of er waardevermindering is op het overblijvende perceel, en de waardering van het hekwerk.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de deskundige en de vraagstelling. De zaak wordt voortgezet met het deskundigenbericht als basis voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bezwaar niet af maar benoemt een deskundige om de meerwaarde en waardevermindering vast te stellen en houdt verdere beslissing aan.