ECLI:NL:RBDOR:2009:BH2174
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens ernstige overlast veroorzaakt door dochter huurder met psychiatrische stoornis
De huurder verhuurde sinds 2000 een woning aan de gedaagde, die haar dochter met een psychiatrische stoornis (schizofrenie) en haar echtgenoot in huis had opgenomen. Diverse omwonenden klaagden sinds 2002 over ernstige geluidsoverlast, waaronder schreeuwen, deuren slaan en politieoptredens. De dochter was in 2007 en 2008 meerdere keren opgenomen, maar verbleef ook regelmatig thuis en veroorzaakte overlast.
Interstede vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens toerekenbare tekortkoming van de huurder die onvoldoende maatregelen nam om de overlast te beëindigen. De huurder voerde verweer op basis van haar recht op familieleven en bescherming tegen onmenselijke behandeling (artikelen 3 en 8 EVRM).
De rechtbank oordeelde dat de overlast ernstig en blijvend was, dat de huurder verantwoordelijk is voor het gedrag van haar dochter, en dat het recht van de omwonenden op ongestoord woongenot zwaarder weegt dan het familieleven van de huurder. De stelling dat ontbinding zou leiden tot onmenselijke behandeling werd onvoldoende onderbouwd. De ontbinding van de huurovereenkomst werd toegewezen en de huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige overlast door de dochter van de huurder en de huurder moet de woning binnen 14 dagen verlaten.