ECLI:NL:RBDOR:2008:BI8648
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende onderhuur en verblijf derden
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering die door verweerster werd opgeschort en vervolgens ingetrokken op grond van vermoedens van onderhuur aan Poolse personen en twijfel over zijn verblijfplaats.
Verweerster baseerde haar besluit op bevindingen van sociaal rechercheurs en een wijkagent, die geen ambtseed of ambtsbelofte hadden afgelegd en rapportages hadden opgesteld zonder ondertekende verklaringen van de Poolse personen. De taalvaardigheid van de betrokkenen was onzeker, waardoor de betrouwbaarheid van de verklaringen werd betwist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerster niet aannemelijk had gemaakt dat verzoeker inkomsten uit onderhuur ontving of niet op het opgegeven adres verbleef. Tevens was verzoeker niet gehoord, wat de besluitvorming onzorgvuldig maakte.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, met als gevolg dat de bijstand voortgezet moet worden en verweerster werd veroordeeld in de proceskosten. Het openbaar lichaam Drechtsteden moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt voortgezet wegens onvoldoende bewijs voor intrekking en verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten.