ECLI:NL:RBDOR:2007:BA5156
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-agrarische meerwaarde in landinrichting Hoeksche Waard-Oost
Reclamante maakte bezwaar tegen de lijst der geldelijke regelingen in de ruilverkaveling Hoeksche Waard-Oost, stellende dat op haar ingebrachte gronden een niet-agrarische meerwaarde rustte. Zij vorderde vergoeding op basis van peildata 2000 en 2006, inclusief wettelijke rente en een hogere vergoeding voor ingebrachte waterpartijen.
De rechtbank overwoog dat de peildatum voor waardebepaling het moment van ter inzage legging van het plan van toedeling is, te weten november/december 2000. Op dat moment was de bestemming van de gronden agrarisch, en hoewel nadien de bestemming natuur/bos werd, was er geen objectieve aanwijzing dat een redelijk handelend koper meer dan de agrarische waarde zou betalen. Argumenten van reclamante over toekomstige bestemmingswijzigingen en transacties werden onvoldoende geacht.
Ten aanzien van het ingebrachte water stelde de rechtbank dat de landinrichtingscommissie een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de vastgestelde vergoeding van € 6.525,-- niet onredelijk is. Het bezwaar werd derhalve ongegrond verklaard en reclamante werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Bezwaar tegen vastgestelde niet-agrarische meerwaarde wordt ongegrond verklaard en reclamante wordt veroordeeld in de proceskosten.