ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8234

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
30 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
190266 HA VERZ 06/796
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 7:291 BWArt. 7:300 BWArt. 7:301 BW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorwaardelijke goedkeuring afwijkend huurbeding in exploitatieovereenkomst benzinestation

Verzoekers, De Haan Minerale Oliën B.V. en een natuurlijke persoon, sloten in december 2006 een exploitatieovereenkomst voor een benzinestation aan de Provincialeweg 36 te Wijngaarden voor een periode van 22 maanden. Deze overeenkomst volgde op de beëindiging van een eerdere exploitatieovereenkomst tussen BP Nederland B.V. en Filling Station Jongeneel B.V. De verzoekers wilden een afwijkend huurbeding opnemen en vroegen daartoe voorwaardelijke goedkeuring.

De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst een nieuwe en inhoudelijk andere overeenkomst betreft tussen andere partijen, zonder voortzetting van de eerdere overeenkomst. De overeenkomst is korter dan twee jaar, waardoor de artikelen 7:290 tot en met 7:300 BW niet van toepassing zijn. Er was geen geschil over de aard van de overeenkomst en geen aanwijzing dat deze langer dan twee jaar zou duren.

Op grond hiervan concludeerde de kantonrechter dat er onvoldoende grond was om het verzoek tot voorwaardelijke goedkeuring van het afwijkende beding toe te wijzen. Het verzoek werd daarom afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 30 januari 2007 door kantonrechter C.H. Kemp-Randewijk.

Uitkomst: Het verzoek tot voorwaardelijke goedkeuring van het afwijkende huurbeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector kanton
Locatie Dordrecht
kenmerk: 190266 HA VERZ 06/796
beschikking van de kantonrechter te Dordrecht van 30 januari 2007
inzake het voorwaardelijk verzoek van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Haan Minerale Oliën B.V.,
gevestigd te Alblasserdam,
vertegenwoordigd door H.A.A. de Haan,
en
[naam],
wonende te Bleskensgraaf,
hierna te noemen 'De Haan' respectievelijk '[verzoeker 2]' dan wel gezamenlijk 'verzoekers'.
Verloop van de procedure
De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:
1. het voorwaardelijk verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 21 december 2006;
2. de overgelegde producties;
3. de griffiersaantekeningen van de op 16 januari 2007 gehouden mondelinge behandeling.
Het verzoek en daaraan ten grondslag gelegde feiten
Verzoekers hebben in december 2006 een exploitatieovereenkomst gesloten betreffende het verkooppunt voor motorbrandstoffen gelegen aan de Provincialeweg 36 te Wijngaarden voor de periode van 21 december 2006 tot 20 oktober 2008.
De reden voor het aangaan van deze overeenkomst was gelegen in de omstandigheid dat de exploitatieovereenkomst tussen de vorige eigenaar, BP Nederland B.V. en de vorig exploitant, Filling Station Jongeneel B.V., is beëindigd en het verkooppunt door De Haan is gekocht.
Verzoekers wensen in de tussen hen geldende overeenkomst het volgende beding op te nemen:
'15.1 Deze overeenkomst is gesloten voor een periode van 22 maanden, ingaande 21 december 2006 en automatisch eindigend op 20 oktober 2008.
15.2 De overeenkomst kan niet langer duren dan de periode waarover De Haan de beschikking over het verkooppunt heeft.'
Verzoekers voeren aan dat zij naar hun oordeel een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:301 BW Pro hebben gesloten en dat de artikelen 7:291 tot en met 7:300 BW niet van toepassing zijn, tenzij zou komen vast te staan dat de tussen verzoekers gesloten overeenkomst één geheel vormt met de exploitatieovereenkomst die gold tussen BP en Jongeneel B.V. Voor dat geval vragen verzoekers goedkeuring van voormeld beding. Zij hebben het verzoek onderbouwd.
Ter zitting hebben verzoekers desgevraagd verklaard dat het om een nieuwe overeenkomst tussen twee andere partijen gaat, die inhoudelijk verschilt van de voorafgaande overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. Daartoe voert [verzoeker 2] aan dat hij niet in de plaats is gekomen van Jongeneel B.V. en dat er bijvoorbeeld een andere huursom is overeengekomen. Verzoekers voeren aan dat niet in geschil is dat de huidige overeenkomst geen voortzetting van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. is.
Voorts is een bewijs van beëindiging van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. per 20 december 2006 overgelegd.
Beoordeling van het verzoek
De exploitatieovereenkomst valt onder de bepalingen betreffende huur van bedrijfsruimte in afdeling 6 van Boek 7 BW.
De overeenkomst tussen verzoekers is een overeenkomst korter dan twee jaar, zodat de artikelen 7:290 tot en met 7:300 BW daarop niet van toepassing zijn.
Gelet op hetgeen ter zitting is aangevoerd, is gebleken dat de exploitatieovereenkomst tussen verzoekers geen voortzetting van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V., maar een inhoudelijk andere overeenkomst tussen andere partijen is en dat daarover tussen verzoekers geen geschil bestaat. Derhalve bestaat geen grond waarop de tussen partijen gesloten overeenkomst van korter dan twee jaar, toch langer dan twee jaar zal kunnen blijken te zijn en kunnen de artikelen 7:290 tot en met 7:300 BW evenmin van toepassing blijken. Voor het voorwaardelijk verzoek bestaat dan ook onvoldoende grond, zodat het wordt afgewezen.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek tot goedkeuring van het voorgestelde beding af.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2007, in aanwezigheid van de griffier.