ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1623
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid tijdens verlof in kader WW-uitkering
Eiser was werkzaam bij Access Platforms B.V. tot het faillissement van de werkgever in maart 2004. Na het einde van zijn dienstverband vroeg hij een WW-uitkering aan, waarbij verweerder het recht op uitkering per 21 oktober 2004 vaststelde omdat eiser in de periode van 23 april tot 21 oktober 2004 niet beschikbaar zou zijn geweest voor werk vanwege een sabbatical.
Eiser stelde dat hij vanaf 23 april 2004 recht had op WW-uitkering en dat onbetaald verlof binnen de WW-regeling mogelijk is, mits het verlof niet langer dan zes maanden duurt. Hij verwees naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die stellen dat vakantie op de eerste werkloosheidsdag het WW-recht niet uitsluit, maar de rechtbank oordeelde dat deze uitspraken niet op zijn situatie van toepassing zijn omdat hij niet op de eerste werkloosheidsdag vakantie genoot.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich op 21 april 2004 bij het CWI had ingeschreven en tot kort voor vertrek had gesolliciteerd naar niet-tijdelijke functies. Dit gedrag maakte aannemelijk dat hij zich beschikbaar stelde voor werk voorafgaand aan zijn verlof. Verweerder had onvoldoende bewijs geleverd om het tegendeel te bewijzen.
De rechtbank vernietigde het besluit van verweerder en beval een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij eiser tevens recht kreeg op vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WW-uitkering wordt vernietigd.