ECLI:NL:RBDOR:2006:AV7275
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geen kennelijk onredelijk ontslag bij langdurige arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 1974 in dienst bij Van de Grijp Buizen B.V. en raakte door een bedrijfsongeval in 1989 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Vanaf 2001 was hij ziek gemeld wegens rugklachten en was zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80-100%.
Van de Grijp vroeg en kreeg toestemming van het CWI om het dienstverband te beëindigen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel. De werknemer betoogde dat de opzegging kennelijk onredelijk was, onder meer omdat zijn arbeidsongeschiktheid verband hield met het ongeval en de zwaarte van het werk, en dat onvoldoende reïntegratie was verricht.
De kantonrechter oordeelde dat er geen causaal verband was tussen het werk of het ongeval en de arbeidsongeschiktheid. Ook waren voldoende reïntegratie-inspanningen geleverd, waaronder het aanbieden van passend werk. Het tweede spoor traject was wettelijk niet verplicht voor de werknemer. Daarnaast was geen financieel nadeel door het ontslag vastgesteld.
Daarom was de opzegging niet kennelijk onredelijk en werd de vordering van de werknemer afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.