ECLI:NL:RBDOR:2005:AV3432
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit Anw-uitkering wegens schending redelijke termijn
Eiseres ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Verweerder herzag de uitkering met terugwerkende kracht over de periode april 1999 tot april 2002 vanwege wijzigingen in het inkomen van eiseres. Eiseres maakte bezwaar tegen dit herzieningsbesluit en stelde dat de berekeningen onjuist waren en dat de lange termijnoverschrijding in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de berekeningen van verweerder juist waren en dat eiseres niet had aangetoond dat zij tijdig alle inkomenswijzigingen had doorgegeven. De beleidsregels van verweerder om niet altijd terug te komen op besluiten met terugwerkende kracht werden niet in strijd geacht met het recht. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder ruim twee jaar had gedaan over de beslissing op het bezwaar, wat een onaanvaardbare overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro opleverde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens deze schending van het recht op een redelijke termijn maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Omdat eiseres niet om schadevergoeding had verzocht, werd daarvan afgezien. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt dat overschrijding van de redelijke termijn kan leiden tot vernietiging van besluiten, ook bij gebonden bevoegdheden zoals de herziening van Anw-uitkeringen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de Anw-uitkering wordt vernietigd wegens schending van het recht op een redelijke termijn, met in stand laten van de rechtsgevolgen.