ECLI:NL:RBDOR:2005:AU3906
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen met betwisting over voorgewende reden en billijke vergoeding
Eiseres, administratief medewerkster sinds 1994, werd door gedaagde ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. Gedaagde vroeg toestemming aan het CWI, dat deze toestemming verleende op basis van omzetdaling en persoonlijke omstandigheden van de directeur. Eiseres betwistte de bedrijfseconomische grondslag en stelde dat sprake was van een voorgewende of valse reden, mede omdat de dochter van de directeur het bedrijf zou voortzetten.
De kantonrechter stelde vast dat het CWI terecht toestemming had gegeven en dat de omzetdaling en de situatie van de directeur voldoende waren onderbouwd. De stelling van eiseres dat de reden voor het ontslag niet klopt, werd niet bewezen. Wel oordeelde de kantonrechter dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het ontbreken van een financiële vergoeding en de ernstige gevolgen voor eiseres, mede gezien haar leeftijd en geringe kansen op de arbeidsmarkt.
De kantonrechter wees de kantonrechtersformule af maar kende een billijke vergoeding toe van €20.000 bruto, rekening houdend met de duur van het dienstverband, het salaris en de omstandigheden van het ontslag. Proceskosten werden gecompenseerd en buitengerechtelijke kosten werden deels toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €20.000 bruto aan eiseres wegens kennelijk onredelijk ontslag.