ECLI:NL:RBDOR:2003:AL1457
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele procedure tegen geloofsgemeenschap
Twee voormalige leden van het Efraïmgenootschap, een geloofsgemeenschap geleid door de verweerder, hebben een verzoek ingediend voor een voorlopig getuigenverhoor op grond van artikel 186 Rv Pro. Dit verzoek is bedoeld om bewijs te verzamelen ter voorbereiding van civielrechtelijke vorderingen tegen de verweerder.
Verzoeker 1 en verzoeker 2 stellen dat zij onder dwang aanzienlijke geldbedragen aan de verweerder hebben betaald, gebaseerd op toezeggingen over een hemelse opname en het afdragen van eigendommen. Verweerder heeft geweigerd verantwoording af te leggen over de besteding van deze gelden en weigert terugbetaling. Verweerder voerde verweer door te stellen dat het verzoek niet ontvankelijk is wegens onvoldoende specificatie en dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid, mede vanwege publicitaire acties van verzoekers.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers voldoende duidelijk hebben gemaakt welke feiten zij willen bewijzen en dat het verzoek niet misbruikt wordt. Ook is er geen sprake van onevenredigheid van belangen. Het verzoek wordt daarom toegewezen en er wordt een rechter-commissaris benoemd om het getuigenverhoor te leiden. Verzoekers dienen zelf zorg te dragen voor het oproepen van getuigen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen en een rechter-commissaris benoemd voor het verhoor.