ECLI:NL:RBDOR:2002:AE3928

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
11 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
11/010051.02
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs omtrent internetpublicatie

De rechtbank Dordrecht heeft op 11 juni 2002 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het plaatsen van een gewraakt artikel op internet. Tijdens de openbare terechtzitting van 28 mei 2002 heeft de rechtbank de processtukken bestudeerd en de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging in overweging genomen.

Verdachte werd onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegd dat hij betrokken zou zijn bij het plaatsen van het artikel. Hoewel is vastgesteld dat verdachte sinds 12 december 2000 penningmeester was van de Nieuwe Nationale Partij en dat het internetabonnement op zijn naam stond en via zijn creditcard werd betaald, kon niet worden vastgesteld dat dit reeds het geval was ten tijde van de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte verantwoordelijk was voor het plaatsen van het artikel. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen. Deze beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van de rechtbank Dordrecht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 11/010051.02
datum uitspraak: 11 juni 2002
Strafvonnis van de rechtbank te Dordrecht.
1. Onderzoek van de zaak.
In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht tegen
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1938 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
heeft de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van de rechtbank te Dordrecht het navolgende vonnis gewezen.
De rechtbank heeft de processtukken gezien en de zaak onderzocht ter openbare terechtzitting van 28 mei 2002 op de grondslag van de tenlastelegging.
Zij heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de verdediging, naar voren gebracht door de verdachte.
2. De tenlastelegging.
Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de dagvaarding, waarvan een kopie in dit vonnis is gevoegd.
3. Vrijspraak.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte in de dagvaarding onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is ten laste gelegd. Verdachte dient hiervan derhalve te worden vrijgesproken.
Ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte eerst op 12 december 2000 penningmeester van de Nieuwe Nationale Partij is geworden. Gebleken is voorts dat het internetabonnement op naam van verdachte heeft gestaan en via zijn creditcard werd betaald, maar het is niet duidelijk geworden of dit reeds ten tijde van de ten laste gelegde gebeurtenissen het geval was. Derhalve is niet bewezen dat verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor het op het internet plaatsen van het gewraakte artikel.
4. De beslissing.
De rechtbank beslist als volgt:
Zij verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem in de dagvaarding onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs. H.M. Behrens, voorzitter,
L.M. Croes en C.M. van Esch, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Vigelius, griffier,
en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 11 juni 2002.