ECLI:NL:RBDHA:2026:9984
Rechtbank Den Haag
- Conservatoire maatregel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Letland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het beroep in beginsel niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding, maar dat onder de bijzondere omstandigheden, waaronder foutieve registratie door het COA en het ontbreken van contact tussen eiser en zijn gemachtigde, de termijnoverschrijding niet aan eiser kan worden toegerekend. Hierdoor is het beroep ontvankelijk verklaard.
De rechtbank toetst vervolgens het interstatelijk vertrouwensbeginsel en concludeert dat de minister terecht is uitgegaan van de verantwoordelijkheid van Letland, mede omdat er geen fundamentele systeemfout is aangetoond die een overdracht zou verhinderen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de opvang of procedure in Letland in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft en eiser aan Letland kan worden overgedragen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser wordt overgedragen aan Letland.